04/08/2002 - La Blanquilla

Het onbekende paradijs

 

We vertrekken samen met de Cassotis van onze Engelse vriend Les uit Porlamar. Eerst op de motor een paar mijltjes tegen de wind in om en passent de accu's weer vol te maken. Les is 70 en heeft vroeger jaren een zeilschool gehad in de buurt van Harwich. Hij zeilt maar heeft ook de motor bij want er staat weinig wind. Als we pal noord kunnen varen gaan ook bij ons de zeilen omhoog en kan de motor uit. In het zwakke windje blijven we keurig bij elkaar varen en ik moet mijn best doen met zeilen trimmen om bij dit kleinere bootje te blijven. 10 Knopen wind is nou eenmaal erg weinig voor ons 17 ton wegende schip. Na een wonderschone tocht, ook vlak langs de strandjes van Playa Parquito en Playa Agua waar we zo lekker gelegen hebben, bereiken we tegen de avond Juan Griego. Dit is een plaatsje in het noordoosten van Margarita. We blijven er een paar dagen en doen onze dingetjes zoals boodschappen, winkeltjes kijken en, 's avonds in een leuk restaurantje op het strand, de smakelijke hapjes. We worden nog getrakteerd op een spetterend vuurwerk op een locale feestdag maar we besluiten de volgende dag te vertrekken richting La Blanquilla.

Wederom een zwak windje maar net voldoende om in daglicht de 60 mijl af te leggen. Om 7.00h gaat het anker op en als we op koers liggen gaat de vislijn weer uit. Om ongeveer 11.00h zit er een tonijntje aan. Dat wordt dus weer smullen denken we. Een uurtje of twee later, we zitten dan 25 mijl op zee, komt er een kleine open vissersboot op ons af. Dat is altijd spannend want je weet niet wat die lui van plan zijn. Voorzichtig komen ze dichterbij en de mannen vragen naar sigaretten. Nou, die hebben we nog wel een zooitje overgehouden uit Spanje. Ik geef ze twee pakjes en we krijgen prompt een enorme rode pargo. Ze noemen hier van alles pargo maar deze was meer dan de moeite waard. Na hem ontdaan te hebben van zijn kop, ingewanden, stekels en de keiharde schubben was hij klaar voor de pan. Via de VHF horen we dan ook nog dat Les een tonijn heeft gevangen dus we zitten voor vanavond wel goed. Net voor zonsondergang gooien we het anker uit voor het meest afgelegen en stille eiland wat we ooit hebben gezien. Hier komen niet veel bezoekers en de enige mensen die je hier ziet zijn wat locale vissers. Maar wat een prachtige natuur! Je kunt hier eindeloos snorkelen en je raakt niet uitgekeken op de koralen en verschillende vissen. We hebben een lange wandeling gemaakt met wat klim en klauterwerk langs het water en het is voor ons geweldig wat we allemaal zien. De vissen met prachtige kleuren zwemmen onbevreesd langs je voeten en er zijn veel interessante dingen te zien. Gelukkig zijn we vroeg vertrokken want als we tegen 13.00h terugkomen is het zo heet dat je niet meer zonder schoenen door het zand kan lopen en de straaltjes lopen langs onze gezichten. We blijven hier een week want we raken niet uitgekeken en we genieten van de rust. Een eindje verderop ligt een Zuid-Afrikaan die ons uit komt nodigen voor een strandbarbecue. Er komt ook nog een Amerikaanse boot opdagen die meedoet. Iedereen neemt zijn eigen "braai"dingen mee voor op het vuur (wij hadden alleen wat knakworstjes omdat we die dag geen vissers konden ontdekken) en de extra lekkernijen, zoals salades en drinken. Jullie zien het al helemaal voor je; de zon die langzaam in zee zakt, een rokende barbecue tussen wat rotsen, 7 mensen op een handdoekje op het strand, glaasje wijn erbij. Jammer dat die Amerikaanse trut de hele tijd zat te klagen dat ze het zat was en weer naar huis wilde. We kregen haar echt niet aan het verstand gepeuterd dat dit, wat we nu deden, toch ook wel leuk was.

Vrijdag de 16e vertrekken we weer en gaan richting Tortuga. Het is 63 mijl en we besluiten om 6.00h te vertrekken om weer net voor zonsondergang aan te komen. Deze keer waait het lekker. De ochtend vermaken we ons met 20-22 knopen wind (zeg maar een vijfje) en we knallen werkelijk vooruit in de rommelige zee. Jacqueline en ik hebben allebei een behoorlijke hekel aan veel te vroeg opstaan en vertrekken en we voelen ons niet helemaal lekker. Als we echter een boterham naar binnen hebben gewerkt gaat het allemaal veel beter en kunnen we genieten. Met deze wind is de Cassotis geen partij voor ons en na een paar uur zien we hem al niet meer. 's Middags wordt het een stuk rustiger (10 Kn) en dobberen we richting Tortuga. We liggen een eind voor op het schema en hebben alle tijd om de ankerplaats en daarin een mooie stek uit te zoeken. We liggen vlak bij het witte strand in prachtig blauw water. Nadat een paar uurtjes later de Cassotis ook binnenkomt is het weer tijd voor een koude pils en een lekker hapje. Nog wat sterke verhalen en om 21.00h liggen we weer allemaal te bed.

De volgende dag (zaterdag) beleven we een bijzonder fenomeen. Net achter het strand (zo'n 50 tot 100 meter) ligt een zandweggetje dat gebruikt wordt als airstrip. Vanaf 10.00h komen er om de paar minuten steeds kleine vliegtuigjes aangevlogen die daar dan op landen. De toestellen worden nonchalant op een hoop geparkeerd en de bemiddelde Venezolanen komen met familie, koelboxen en parasols op het strand af. Een aantal uren wordt er aangenaam vertoefd en daarna zien we het hele proces in omgekeerde volgorde. Even een uurtje vliegen en ze zijn weer in Caracas. Uiteraard hebben we er eens even rondgekeken en we hebben ieder ons eigen vliegtuigje uitgekozen. Wat een gek land...
Ook in deze baai liggen een aantal vissers. Met een flesje rum van 2 Euro in de hand ging ik met de dinghy naar de grootste boot. Ik gaf El Capitano de fles en vroeg of hij een visje voor ons had. De man was zeer verguld met het flesje en pronkte ermee naar zijn bemanning. Hij ging zijn ijskamer in en kwam terug met een enorme dorado (super-super-lekker) daarna kwam er nog één en toen hij weer in het kamertje verdween heb ik maar in m'n beste Spaans "Hu, stop, ho." geroepen omdat we maar met zijn drieën waren. Dat is dus hartstikke leuk met die mannen en wat een feestmaal hebben we gehad.

Na een paar dagen vertrekken we naar een klein eilandje aan de westkant van Tortuga. Hier liggen we achter het betrekkelijk lage eilandje in een vrij grote U-vormige baai. Het snorkelen is er weer prachtig maar voor de rest is er helemaal niets te doen op het eilandje. Er staan alleen wat verlaten tenten en wat opslag voor een jeugdkamp of zoiets. Op de tweede dag dat we er liggen steekt de wind opeens op. Het waait opeens erg hard (bijna 40 knopen) maar we hebben nauwelijks golven omdat we achter het eiland liggen. Wel komen er tenten voorbij en de luchtbedden doen het nog veel beter. Als zo'n luchtbed je met een snelheid van boven de 70 Km/h voorbij komt dan zie je pas echt hoe het waait. Na een half uurtje is alles weer voorbij en beginnen wat mannen in snelle vissersboten de inzamelingsactie.

We gaan terug naar Coche. Dit is ongeveer 80 mijl maar het ligt recht tegen de wind in. Dat wordt dus laveren en er moet een nachtje gevaren worden. Samen met de Cassotis vertrekken we 's middags om 15.00h in een aangenaam windje. Na een uurtje zet de wind echter flink door en met een 22 tot 25 knopen hebben we dus een dikke windkracht 6 op kop. Ons schip is flink gereefd en loopt prima zoals ook de Kleine Cassotis. Les is echter alleen en de tegemoetkomende golven zijn niet gering. Hij besluit om nog een nachtje op Tortuga te blijven maar wij rammen eens een keer lekker door. 's Morgens om 8.00h is de wind op en moeten we het laatste stuk motorren. We gaan naar het heerlijke restaurantje waar we met Rita en Hans ook geweest zijn om de overheerlijke marisco's weer eens tot ons te nemen. Les is er de volgende dag ook weer en met z'n drieën rusten we even uit van de vermoeienissen van de laatste dagen. Het laatste stukje naar ons eigen plekkie in Porlamar zeilen we op een prachtige zeildag met een stevig windje op kop. De zon schijnt, de wind is goed en het water en de omgeving zijn prachtig. Zonnebrillen, hoeden en T-shirts zijn onvoldoende om het verbranden tegen te gaan. Daarnaast moet er flink gewerkt worden aan boord want we zijn met een flinke achterstand begonnen en de Cassotis moet natuurlijk worden ingehaald. We verbranden ons geweldig. Door de wind heb je het niet in de gaten en ook de reflexies van het water doen er alles aan om onze hoofden te veranderen in stoofvlees. Het was alles bij elkaar een prachtige reis maar de eerste dagen zien we er niet uit (vooral ik blijk in de schemer een beetje licht te geven).

We liggen nu al weer een aantal dagen in Porlamar en wachten op nieuwe bezoekers. De trouwe lezers kennen Alda en Bert nog wel. Zij maken een rondreis over land door Venezuela en willen met ons het laatste stuk terug naar Trinidad zeilen. Nou dat is hartstikke leuk natuurlijk. Een paar echte Brabo's erbij doet de drankreserves wel slinken.

We liggen hier normaal gesproken buiten de hurricane-gebieden. Er zijn er de laatste paar dagen wel een aantal gepasseerd op behoorlijke afstand. Wij hebben daar niet veel last van. Het heeft gisteravond (23-09-02) voor het eerst sinds lange tijd een beetje geregend en deze ochtend hadden we een stevige bui. Daarbij zet de wind dan ook nog wat meer door (25 kts) en iedereen is 360 graden om zijn anker gedraaid. Op zich al een hele gebeurtenis op zo'n ankerplaats en zeker omdat hier ook nogal wat Fransen liggen. Vanmorgen heb ik dan ook samen met mijn buurman een bootje (niemand aanwezig...) in veiligheid gebracht welke recht op ons afkwam. We hebben hem helemaal buiten op gelegd dus dat wordt even zoeken voor de eigenaar.

Zo we zijn weer helemaal bij. Over een paar weken gaan we richting Trinidad en daar zullen we weer verslag doen van de gebeurtenissen.
Sterkte allemaal met de komende winter maar jullie moeten weten dat we erg vaak aan jullie denken.

Groetjes,

Rob en Jacqueline

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer