07-08-2007 Bundy – Townsville

 

Hallo vrienden en buitenlui,

Eindelijk zijn we weer aan het reizen, tenminste op de wijze zoals wij het graag willen. Zaterdag 30 juni gooien we gauw nog even de dieseltank vol en we varen de Burnett rivier af om twee uur langs boeien en groene weiden te varen om uiteindelijk het ruime sop te kiezen. Het weer is prachtig en dat blijft ook zo. De drie weken onderweg naar Townsville hebben we geen wolkje gezien! Wel verandert de wind steeds en na de hele dag zeilen wisselen, overstag gaan en gijpen komt er een behoorlijke zeewind opzetten en die staat recht op de neus. Ach ja, dan het motortje maar en we tuffen de nacht door. De volgende dag gaat het wel weer en we zeilen naar Great Keppel Island. We liggen daar met een paar andere bootjes voor een groot privé strand alleen voor ons. We gaan wat op het rif vissen en zien enorme pijlstaartroggen voor onze dinghy wegzwemmen. Er zitten er tientallen en in het ondiepe water kan je heel dichtbij komen als je heel rustig over ze heen vaart. We kunnen prachtig wandelen over het eiland en opeens staan we voor het toeristen resort aan de andere kant. We gaan eens lekker zitten en kijken wat er allemaal gebeurt, verdwijnen later over een  wandelpad met prachtige panorama’s en waar we de hele wereld weer helemaal voor ons zelf hebben. Na vier dagen hebben we het gezien en gaan we richting Scawfell Island, 160 zeemijl verder, dus weer een nachtje doorvaren. Weer verandert de wind steeds maar op het juiste moment draait hij een beetje zodat we hoog aan de wind varend ’s morgens in een enorm veld van voor anker liggende schepen terecht komen. We zijn vlak bij Mackay waar overslag plaatsvindt van alles wat in het binnenland uit de mijnen gehaald wordt. Er zijn wat logistieke problemen en er liggen wel 30 van die grote heren te wachten. Wij dobberen met een vaartje van 4 knopen er rustig doorheen en er is een hoop te zien. Een uurtje voor het donker ankeren we in een prachtige baai. Het eiland is hoog en dat betekent dat er af en toe een rukwind (hier bullets genoemd) met grote kracht door de baai giert. We liggen echter goed vast en ik heb een meter of 50 ketting gegeven op een waterdiepte van 8 meter. Hier hebben we een heerlijk weekje.

We hebben geen voet aan land gezet maar iedere dag gaan we vissen en we komen helemaal tot rust. Van Scawfell Island  varen we naar Shaw Island in de Whitsunday Group. Het is een mooi tochtje maar het is nog steeds koud. Ondanks de zon en de blauwe lucht is dit de koudste winter van de eeuw in Australië. We hebben steeds onze drie lagen zwaar weer kleding aan als we varen en ’s avonds zitten we met dikke sokken aan op de bank. In een rustige baai lekker uit de wind is het overdag wel heerlijk. We rommelen weer een beetje aan en na een paar dagen gaat het verder naar Cid Island. Er staat een goede 25Kts wind  (windkracht 6) en we spuiten erover.  Het wordt steeds drukker met bootjes en opeens zien we ook vliegtuigen en snelle passagier catamarans kriskras door elkaar. Dan zien we opeens het zwaar toeristische Hamilton en we begrijpen de commotie.  Eens te meer begrijpen we hoe bevoorrecht we zijn dat we niet in zo’n appartementencomplex worden gemoffeld en zwaar betalend precies dat doen wat iedereen schijnt te moeten doen. We gaan een paar mijl verderop en liggen in een prachtige en rustige baai. Er liggen nog een paar bootjes en hier en daar maken we een praatje en we struinen in onze dinghy de hele buurt af om hier en daar een visje te vangen. Na vier dagen vertrekken we naar Magnetic Island wat weer  140 mijl verderop ligt (ja, weer een nachtje doorvaren) en maar  10 mijl van Townsville. De Horseshoe bay is prima beschut en aan de kant vinden we een klein dorpje met een hoog backpackers gehalte maar alles wat we nodig hebben is er. Dat wil dus zeggen een supermarkt met vers brood en een pub.  Na een paar weken niet op land te zijn geweest lopen we ons een slag in de rondte. Steile rotspaadjes en prachtige strandjes. Het is er allemaal. We gaan op zoek naar de Koala’s die daar in het wild leven. Zo te horen zijn wij zowat de enigen die ze niet vinden maar we komen hier nog zeker terug want het is een heerlijk eiland. Als we later helemaal in Nelly bay aankomen en te moe zijn om terug te lopen nemen we de bus die ons voor de pub afzet. Na het nuttigen van een “jar” p.p. (i.e. 1125cc) zijn we blij als we onze boot terug kunnen vinden en we slapen 10 uur aan een stuk. Op maandag 23 juli varen we de 10 mijl naar Townsville waar we een plaatsje in de marina hebben besproken.  We hebben een beetje pech met het weer en als we de baai uitvaren staat er een stevige 30 knopen wind en muren van water komen op ons af. We moeten er ongeveer een mijl keihard tegenin rammen en het scheelde niet veel dat we zowel hebben gevlogen als volledig onder water waren. Maar als we om de hoek zijn en ik een zeiltje kan zetten dan wordt het allemaal veel rustiger en zijn we er zo. De laatste twee mijl voor de marina zijn zo ondiep dat je alleen met hoogwater binnen kan maar het gaat allemaal van een leien dakje. Wat een luxe om weer eens zomaar van de boord op het vaste land te kunnen stappen en een stekker in het stopcontact te hebben.

 We genieten van Townsville. Er is een leuke boulevard en er is van alles te doen. Het wordt langzamerhand toch lekker warm en we hebben een aantal gezellige buren op de steiger. Jacqueline kan iedere dag lekker shoppen en we vullen onze voorraden aan. We luisteren naar verschillende bandjes, gaan zoals iedereen op vrijdagavond naar de pub, huren een autootje, beklimmen de Castle Rock, en we doen onze zaken. We bereiden ons voor op een maand of twee puur natuur en zero civilisatie in de Louisiades (PNG). Maar daarover schrijf ik een volgende keer.

Groeten,  Jacqueline en Rob

Laatste foto's

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer