06-10-2007 Louisiades (1)

Beste familie, vrienden, vriendinnen en buitenlui,

De reis naar de Louisiades verloopt niet zo makkelijk als we gehoopt hadden. Je leest er nooit wat van in zeilboeken of in magazines  maar soms vraag je je af of dit wel zo leuk is. Zonder doodziek te zijn, kan je maag toch behoorlijk in de knoop zitten door het ruw heen en weer bewegen van de boot. Het lijkt wel of we door een wasmachine gehaald worden.

We komen in het donker aan bij de Duchateau eilanden en besluiten een paar uurtjes in diep water te blijven alvorens de gevaarlijke riffen binnen te varen. We kiezen een mooie ankerplaats uit en genieten van de verdiende rust. We verkennen het eiland met de dinghy en later krijgen we gezelschap van de catamaran “Gone Surfin’” waar we goede maatjes mee worden.

Drie dagen later besluiten we naar Panasea te gaan wat en prachtige idylle blijkt te zijn.  De volgende dag komen er zeilende kano’s om met ons te handelen. Ze komen met crayfish (lobster), papaja’s, kokosnoten etc. Wij geven wat dingen weg en eindelijk vindt de oude verrekijker, nog van mijn vader, een goede bestemming. We verkennen het eiland, snorkelen en wandelen en we voelen ons de koning te rijk. Het verblijf is er heerlijk maar het komen en gaan brengt wel spanning met zich mee. De kaarten die we gebruiken zijn wel aardig maar kloppen van geen kanten. We weten met de GPS op 5 meter nauwkeurig waar we zijn maar de posities op de kaart zijn verschoven zodat je er maar het beste van moet maken met een goede uitkijk voorop de boot en voorzichtig manoeuvreren.

Gelukkig gaat het weer allemaal goed en we zeilen naar Moturina. We liggen voor een klein dorpje en vooral kinderen komen al gauw in hun kano’s langs om van alles met ons te ruilen. We moeten er wat dat betreft de rem opgooien want anders zijn we zo door onze handel heen. Daarnaast zijn er ook van die slimmeriken die met rommel, wat ze zelf niet eten, proberen iets van die “Dimdims”, zoals witte mensen hier genoemd worden, los te peuteren. Er zullen er heel wat geweest zijn die in hun vuistje gelachen zullen hebben maar wij geven de spulletjes maar al te graag.

De volgende dag bezoeken we het dorpje en ontmoeten vele mensen. In deze contreien wordt al vanaf heel jonge leeftijd beatlenut gekauwd. Het is een heel lichte drug maar het kleurt de mond knalrood en uiteindelijk de tanden zwart waarna ze uitvallen. De mensen zijn bijzonder vriendelijk maar het is wel even wennen aan de rode monden.

In dit dorp woont een goede kanobouwer, Pete, en er zijn er een paar in aanbouw. Het is ongelofelijk dat deze mensen met zo weinig gereedschap en middelen zoiets kunnen maken. De kano’s zijn zeewaardig en snel. Ze kunnen laverend tegen de wind in en we hebben ze op volle zee gezien met 8 personen aan boord en met meer dan 25 knopen wind. Echt droog en comfortabel is het dan niet maar het zegt wel iets over hun zeemanschap. We kletsen heel wat af en vlak voordat we gaan vraagt er iemand op de achtergrond of ik misschien een voetbal kan verhandelen. De kans is natuurlijk klein dat een yachty met een voetbal rondvaart maar toevallig heb ik er een. Ik beloof dat ik hem zal opduiken en zal klaarmaken. We spreken af dat ze hem de volgende dag voor wat crayfish op kunnen komen halen. En nu komt er een stukje PNG politiek. Om 06.30h de volgende ochtend wordt er al op de boot geklopt. Ruben, een man uit het dorp waarvan ik dacht dat het allemaal een familie was, is er met een kleine crayfish en zegt dat hem gevraagd is de bal op te komen halen. Ik laat mijn lederen trots zien en zeg dat het wel een heel slechte ruil is voor dat miezerige ding in zijn kano. We spreken af dat hij nog wat extra “trade”(handel) brengt. Een uur of twee later als we bij Gone Surfin’ koffie aan het drinken zijn wordt er op hun boot geklopt. Het is Ruben en hij komt de bal terug brengen. Ja, er was een misverstand. Hij had wel van de bal gehoord maar uiteindelijk bleek niemand hem gevraagd de bal te halen en er konden ook wel eens wat klapjes gaan vallen als hij hem niet terug bracht.

’s Middags komt de andere familie met zes grote crayfish! En ik heb mensen nog nooit zo blij gezien met een bal. Wij hebben het gevoel dat we iets extra’s moeten geven ter compensatie van hun gulle gaven en doen er daarom nog wat T-shirts bij en ieder krijgt een pakje sigaretten want die zijn goed voor voetballers.

De volgende dag lopen we nog een anderhalf uur naar het dorp over de berg en de groep Dimdims is de attractie van de dag. We bezoeken de enige school hier voor een hele boel omliggende eilanden en maken een babbeltje met de leraressen. De hele weg terug worden we door minstens 15 kinderen begeleid en Jacqueline is razend populair met haar plakkertjes die de kinderen over hun hele lichaam plakken.

Tijd om te gaan. Naar Bagaman gaat de reis van 10 zeemijl. De Gone Surfin gaat naar de west baai en wij gaan naar een goed beschutte baai in het zuidoosten. Er wonen daar vier families waar we in de loop van de dagen een uitstekend contact mee krijgen. We gaan op bezoek in het huis van Sam en hij komt bij ons aan boord. Als hij echter voor onze grote spiegel staat schrikt hij zich werkelijk een beroerte. Hij snapt er helemaal iets van, durft nauwelijks naar zichzelf te kijken en verklaart later dat hij nog nooit op zo’n boot geweest was waar hij toch ‘hier’ staat en niet daar ergens waar dat andere was.  Er wordt weer van alles verhandeld en als we het huis van Waiaki bezoeken spreken we af dat hij de naam van onze boot in houtsnijwerk gaat maken.

Verder hebben we het prima naar onze zin en op de laatste dag krijgen we gezelschap van de boot “Bon Accord” met Isaac en Ann. Lachen wah, met die twee. We moeten naar Bwagouia op Misima om de customs en immigratie te doen. Samen met Bon Accord racen we de 25 mijl er in no time door. Met 25 knopen wind en in een gebied waar het water van meer dan 1000 meter diep naar 20 meter diep gaat kan je wel iets aan golfslag verwachten. Maar als we de nauwe doorgang tussen de paaltjes passeren is het rustig in de kleine baai die als haventje dienst doet. We doen meteen de formaliteiten en vanaf nu zijn we legaal in PNG.

In het dorp is het armoede troef en sinds de mijn 8 jaar geleden is gesloten is er helemaal niets meer te doen. We zijn 10 jaar geleden bij mijn broer Jan op bezoek geweest op het mainland en we herkennen hier veel van wat we daar gezien hebben. Samen met 4 andere boten gaan we naar de skull caves kijken. Dit zijn grotten waar de geraamtes liggen van mensen. Ze liggen er al een tijdje en hoewel de lokale mensen zeggen dat ze niet weten hoe ze er komen weten wij toch wel haast zeker dat deze in onderlinge oorlogjes zijn gesneuveld, daarna gekookt en opgegeten waarna hun botjes keurig in dit soort grotten worden gelegd.

De juffrouw die ons erheen brengt wil 5 Kina (€ 2)p.p. en 10 Kina per foto. We willen dus geen 10 Kina betalen en als we haar wat T-shirtjes en pennetjes geven is het fotograferen gratis. 

Het weer is ondertussen niet geweldig en we liggen eigenlijk opgesloten in het haventje. Als een dag later de wind wat naar het oosten draait, nog steeds 25 knopen dus windkracht 6, knallen we naar buiten, gaan door een onstuimige  Wuri Wuri pas en aan de wind kunnen we net terug naar Bagaman. Dat is een goede plaats om even bij te komen en een verslag te schrijven. Hopelijk  heb je dit weer met plezier gelezen en over een aantal weken als we terug in Australië zijn komt het vervolg.

Groetjes aan iedereen,

Rob en Jacqueline

Laatste foto's

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer