19-10-2007 Louisiades (2)

Beste familie, vrienden, vriendinnen en buitenlui,

We waren net terug in Bagaman en we komen er even bij van alle eerdere vermoeienissen. Ondanks de donkere luchten verkassen we na twee dagen naar Pananumara. Gone Surfin’ligt er al en we hebben nog een paar gezellige dagen met elkaar. Todd en ik gaan vissen en ondanks de enorme afstand die we afleggen met het voorttrekken van onze nep visjes vangen we niets. Hij heeft een enorme collectie duikertjes en interessant gekleurd aas en ik leer een hoop van hem behalve iets vangen. We hebben eigenlijk niet zoveel met het eiland en de mensen zijn ronduit brutaal en lastig. We kunnen daar wel mee omgaan maar echt leuk is het niet en we verkassen al gauw naar het eiland Gigila. We liggen daar op een prachtige ankerplaats en er staat altijd een lekker briesje. We bezorgen een pakje in het dorp wat door een andere boot was meegegeven en we ontmoeten weer veel aardige mensen in dit zeer kinderrijke dorpje. Na een paar dagen houden we het weer voor gezien en gaan verder oost richting Wanim (Grass Island). Dit is eigenlijk het eerste eiland waar je niet meteen bestookt wordt door kano’s om te handelen en dat blijft ook zo. Het is een schitterend eiland en we kunnen er heerlijk wandelen. De dorpjes zien er langzamerhand allemaal het zelfde uit maar dit eiland geeft toch een verzorgde indruk. Steeds als we terugkomen van een wandeling worden we door vele kinderen opgewacht. Ze zingen dan mooie liedjes voor ons en door hun aangeboren muzikale talent klinkt vooral de nationale hymne prachtig in mooie harmonieën en met heldere stemmetjes. Als ik met mijn trompet voor het klasje speel vallen de mondjes van verbazing open.  We geven de leraar, Fred, een zeil voor een kano en hij belooft ons in ruil een bagi, een halsketting van geslepen schelpen. De ketting is echter nog niet af en moet nog geslepen worden. Na een paar dagen komt de prachtige catamaran Monashee bij ons in de baai liggen. We wisten al via de radio dat ze onderweg waren en het weerzien, sinds Venezuela vier jaar geleden, is warm en hartelijk. We blijven zo’n beetje bij elkaar in de buurt tot we uit PNG vertrekken en we wandelen met Valerie, kletsen en spelen menig keer de Mexican train (soort domino). Helaas voor Ian bleef zijn winstpercentage erg laag. Natuurlijk kreeg hij heel slechte stenen maar hij heeft ook wat te stellen gehad met zijn eeuwige pest-maatje Jacqueline. Het is bijna Independance Day en we verkassen naar Pana Tanini Island. Op het terrein bij de Hoboc School zijn allerlei festiviteiten. Het hele weekend wordt er gedanst door grote en kleine groepen.

In dit soort landen blijkt marcheren ook heel belangrijk en hierbij de leiding te hebben en luid “Links Rechts” te roepen brengt je echt een stapje hogerop. Er zijn zeilkano races in diverse klassen. Op het terrein wordt ook nog een voetbaltoernooi gespeeld. Het veld is zeker niet vlak, één hoek ligt zeker 1.5 meter hoger, het is hobbelig, te smal en er zijn geen lijnen. De doelen zijn van knokige boompjes gemaakt en maar een enkeling heeft voetbalschoenen. Maar er wordt gestreden op het scherpst van de snede en voor een Nederlandse ex-voetballer is het heel vreemd dat er niet gekankerd wordt en dat iedere beslissing van de scheids zonder morren geaccepteerd wordt. Na de wedstrijden schudt iedereen elkaar de hand. Alles bij elkaar genomen is het een hele ervaring om dit allemaal mee te mogen maken. De mensen komen van allerlei dichterbij- en verderaf gelegen eilanden hier naartoe om dit te vieren en blijven een paar dagen. Heel de dag houden vrouwen op het strand hun potten op vuurtjes en koken voor hun familie en “Wantok”, zeg maar familie-extended. Er wordt van alles geregeld om te kunnen slapen. Wij, Dimdims, zijn van harte welkom en iedereen is erg vriendelijk. Velen komen ook eens even langs om ons nu een keer van dichtbij te bekijken. Helaas schiet het niet erg op met onze halsketting  en we zoeken schoolmeester Fred maar eens op.


Dat had hij niet verwacht. Ondanks zijn donkere huid zien we hem vele malen van kleur veranderen en hij put zich uit in verontschuldigingen. Plots tovert hij een kleine miezerige Bagi tevoorschijn maar dat ding ziet er zo hopeloos uit dat we het niet accepteren. Hij belooft van alles maar we geloven er niet zo meer in. Als we later de 1,5 Km richting dinghy lopen komt hij ons hevig zwetend van de andere kant tegemoet. Hij heeft een Bagi van iets betere kwaliteit van de hals van zijn zuster afgenomen en biedt deze nu aan. Hij is blij dat we het deze keer dan maar accepteren en vraagt ons nadrukkelijk om zijn naam en faam niet te bezoedelen. Bij deze; Fred is een heel aardige jongen. Na de feesten varen we weer terug naar Gigila en daarna naar Bagaman ons eindpunt voor wat betreft de Louisiades. Onze inmiddels goede vrienden Isaac en Ann van Bon Accord maken de sprong naar Townsville vijf dagen eerder dan wij. Wij spelen de laatste rondjes Mexican train met Ian en Val. We hebben nog een uitgebreide maaltijd in de hut van oude Sam die ons ’s morgens om 09.00h verwacht. Hij is al vanaf 06.00h al aan het koken en heeft speciaal voor ons een kip de nek omgedraaid. Gelukkig hebben wij wat Dimdim-food meegenomen en de hele familie doet zich er te goed aan. We lopen nog een keer naar de andere kant van het eiland en snorkelen nog een keer met altijd een waakzaam oog voor de kleine krokodil die toch niet komt en dan moeten we afscheid nemen van Monashee. Je weet inmiddels wat er dan gebeurt. De tranen biggelen weer over Jacquelines wangen. We verdelen onze voorraden onder de mensen in het dorp. En dan zijn we weg. De weersvoorspellingen waren goed maar helaas zit het allemaal wat tegen. De passage bij Duchateau was op z’n minst gezegd indrukwekkend door de enorme eddies, dat zijn stilstaande hoge, steile golven door sterke stroming en tegenstaande wind. De wind blijft sterk tot zeer sterk, tussen 20 en 30 knopen, en staat of dwars of meer voorlijk dan dwars. Maar in goed vier dagen zijn we er dus dat is behoorlijk rap.

 

We worden ’s morgens weer opgewacht door het comité customs, immigratie en health departement. De boot wordt weer grondig doorzocht, alle papieren nageplozen en gelukkig hebben we deze keer alles goed gedaan. Je moet minstens 96 uur voor aankomst een Email sturen (wij kunnen  dat aan boord via de HAM-radio) en al 200 mijl voor aankomst kwam er een vliegtuig boven ons cirkelen die ons via VHF-radio allerlei vragen stelde. Men is hier absoluut paranoia en we hebben al eerder gemeld dat Australië bol staat van regeltjes en dat er horden piepeltjes zijn die er alles aan doen dat jij je aan die regeltjes houdt. Afgrijselijk! Even als vorig jaar wordt ons bankaccount weer dubbel geplunderd door de Health departement. Ik ben benieuwd of we nu ook weer vijf keer naar hun kantoor moeten voordat ze genegen zijn hun fout te herstellen. Verder hebben we het prima naar onze zin in Townsville hoor. We ontmoeten heel onverwacht onze oude vrienden Vic en Ruth uit Whangarei NZ en hebben een paar gezellige BBQ’s met hen. Het weer is er fantastisch en we hebben een plaatsje in de overvolle marina weten te bemachtigen tot 31 maart 2008. Het volgende verslag schrijven we weer over de rondreis die we vanaf medio januari per camper gaan maken. Wij wensen iedereen het  allerbeste.

 

 

Rob en Jacqueline    

Laatste foto's

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer