11 januari 2004 - San Blas

Ahoooooy daar zijn we weer,

Eindelijk, eindelijk na al dat wachten op zendingen onderdelen en nieuwe apparatuur kan de hele zaak weer ingebouwd worden. Ik kan er een heleboel opgespaarde energie in kwijt. Er worden een aantal verbeteringen aangebracht en ik kom in ieder hoekje en gaatje. Naast alle spullen die door de blikseminslag zijn gesneuveld komen we door al dat openmaken en verbouwen ook nog achter een paar dingen die bij de bouw van de boot mis zijn gegaan. Ondertussen vieren we nog de belangrijke datum 21-12-2003 omdat we dan 12 ½ jaar getrouwd zijn. We hebben een zeer geslaagd diner-tje bij Landhuis Brakkeput Mei Mei. Kerstmis wordt niet uitbundig gevierd op het Spaanse water en de karaokeavond met oudejaar hebben we ternauwernood overleefd. Zondag de 11e januari, precies twee maanden na de ramp, kunnen we voor het eerst weer van de Sol losmaken om een proefvaart te maken. We hebben dus twee maanden tegen het stalen schip “Sol” aangelegen en we hebben in alle opzichten veel aan onze buurtjes Hans, Marianne en ons kleine kletsmeiertje Bastiaan gehad. Technische ondersteuning, goede raad, hulp, vriendschap, mooie verhalen, kortom net wat je in zo’n vervelende situatie goed kan gebruiken. Bedankt Sol!

We zijn nu zo lang in Curaçao en we willen zo graag weg dat we eigenlijk niet meer te houden zijn. Dinsdag de 13e vertrekken we. De grote genaker gaat op en met een flinke stroom mee gaat het als een speer. In de nacht passeren we Aruba en we blijven iets ten noorden van het westen varen om in erg diep water terecht te komen. De zee die we nu invaren behoort bij de 5 wildste die er zijn en vooral in ondieper water kunnen zich enorme golven ontwikkelen. Als wij echter onze koers naar het zuidwesten verleggen neemt Eolus een weekje vakantie en met een slakkengangetje op een compleet vlakke zee doen we er uiteindelijk 6 dagen over om in de San Blas aan te komen. Er stond zo weinig wind dat de zeilen klapperden en later zijn we uren bezig geweest om het weer te repareren. Doordat we op moeten schieten omdat we begin maart in Equador moeten zijn om mijn zwager op te vangen zodat hij daar niet verdwaalt, kunnen we maar even genieten van wat de San Blas ons te bieden heeft. Daar hebben we spijt van want het is er fantastisch.

Er zijn honderden eilanden die worden bewoond door de Kuna-indianen. De vrouwen hebben in de stam de broek aan (figuurlijk). Als er getrouwd wordt trekt de man bij de vrouw in en ook het bezit gaat over via de vrouwelijke lijn. De mannen zien er dan ook uit zoals je dat van mannen verwacht: Korte broek of soort Bermuda, T-shirtje en een petje op. De vrouwen echter zijn altijd opgedoft in mooie kleren: kleurige rokken, blouses en hoofdoeken. Zij dragen de prachtigste mola’s. Een mola is een stukje kleurig naai en borduurwerk van ongeveer 35 bij 35 cm en wordt aan de voor- en achterkant op/in blouses genaaid en strak op het lijf gedragen. Allerlei afbeeldingen in veelkleurige creaties met duidelijke Inca achtige kenmerken zijn een lust voor het oog. De mola is het enige exportproduct en wordt door de vrouwen gemaakt. Dit versterkt hun positie binnen de gemeenschap natuurlijk ook weer. De Kuna’s verplaatsen zich in kano’s. Soms liggen de eilanden ver van elkaar en er staan vaak hoge golven. Ik heb echter nooit eerder mensen zo handig met hun vaartuigjes (meestal een uitgeholde boomstam) zien omgaan. Op de lange stukken komt er een paal naar boven, gaan er twee zeiltjes op die met de hand worden vastgehouden en staat er meestal iemand op de rand van de kano om al balancerend, met een touw in de hand welke aan de andere kant aan de top van het mastje is gebonden, de zaak recht te houden. De losse peddel is dan het roer. Je ziet aan alles dat die mensen op het water geboren zijn. Jacqueline koopt een paar prachtig versierde T-shirts en uiteindelijk de mooiste mola die we gezien hebben. We betalen er $27 voor maar ongetwijfeld heeft de vrouw hier weken, zo niet maanden, aan gewerkt. Mevrouw Kuna doet zelf de onderhandelingen en meneer, die enkele woorden Engels spreekt, staat er braaf bij. Alles bij elkaar komen er nogal wat in hun kano’s aan maar altijd is de sfeer heel vriendelijk ook als je niets koopt.

We leggen onze boot voor het dorpje Nalunega. Dit is een dorpje op een eiland van ongeveer 300 meter lang en 80 meter breed. Het land is optimaal gebruikt en staat helemaal vol met hutten en in het midden is een klein basketbal-veldje. De muren van de hutten bestaan uit aaneengebonden bamboestengels en daken zijn van gras. Veel privé hebben ze onderling niet. Alle deuren staan open (of er zit helemaal geen deur in) en je kijkt trouwens gewoon door de wanden heen. De mannen spelen een spelletje basketbal, waar het niet echt zachtzinnig aan toe gaat, en een ander groepje jongens en meisjes oefenen onder de muziek van panfluiten op inheemse dansjes. De sfeer is heel gemoedelijk maar dat moet ook wel als je in zo’n dorp leeft.

Dan gebeurt er iets. We staan meestal 6 uur - half 7 op en als we in de kuip gaan zitten om een beetje wakker te worden zien we een enorm Cruiseschip aan de horizon. Het bakbeest draait af en gaat op 200 meter!! naast ons liggen. Massa’s mensen gapen ons aan met hun kijkers en camera’s. Wij pakken onze kijker en gapen terug. Korte tijd later komen de kano’s uit alle hoeken van de San Blas vandaan. Er wordt een markt georganiseerd op het eilandje Porvenir waar eigenlijk maar tien mensen wonen maar er is ook een airstrip voor heel kleine vliegtuigjes. We gaan er maar eens even kijken. Eerst zien we de tientallen bootjes op het strand liggen en de mannen liggen er in, zitten erbij of maken samen een praatje. Een eindje verder, precies naast de landingsbaan, staan een paar honderd Kuna-vrouwtjes draden te spannen tussen palen en hangen daar hun mola’s op. Er is ook nog een afdeling kraaltjes en fluitjes maar 95% is mola’s. Zo meteen gaan de tenders op en neer varen en zullen honderden toeristen losgelaten worden. We maken dus maar dat we wegkomen. We hangen de dinghy achter de boot en we vertrekken.

Vandaag varen we wel 25 mijl omdat Jacqueline een mooie baai weet waar we lekker kunnen overnachten en de volgende dag weer maar 25 mijl moeten. Soms moet je een beetje kalm aan doen, niet? Rustig aan komen we om 4 uur ’s middags aan in Playa Chiquita. We manoeuvreren tussen de obstakels door en gooien het anker uit. Een deining, meneer, mevrouw, niet te geloven. Op handen en voeten scharrelen we door de boot, drinken we een pilsje en eten we nog wat. Volledig door elkaar geschut ga ik maar op de bank liggen en Jacqueline gaat naar bed. Na twee uren word ik wakker en zie ik Jacky door de boot spoken. Ik kan niet slapen in dat gewiebel zegt ze. We ruilen plaatsen en ik slaap gewoon door. Als ik ’s morgens om 3 uur even buiten ga kijken zit ze in de kuip. Nog niet geslapen zegt ze want het wiebelt te veel. Ik houd haar even gezelschap maar ik rol om van de slaap en zoek de kooi weer op. Na een klein ontbijtje verlaten we Jacquelines baai en gaan weer op weg naar de laatste stop voor het Panamakanaal. Daar gaan we het de volgende keer dus over hebben.


Voor nu en later, het allerbeste!
Groeten en kussen,



Jacqueline en Robert

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer