juli 2004 - Tuamotu’s en Tahiti

Hallo allemaal. We zitten al weer een tijdje in Papeete op Tahiti en we zijn hier in feite gevangen omdat we wachten op de post die we uit Nederland verwachten. De laatste maanden ging er van alles mis met de E-mail maar nu we via Nieuw Zeeland kunnen werken gaat het weer beter en heeft onze steun en toeverlaat, Jan, alles weer bijgewerkt. Er is weer een hoop te vertellen en daarom begin ik maar meteen.

De reis van de Marquesas naar de Tuamotu’s begon zo aardig. Een heerlijk half windje blaast ons geriefelijk voort en we zien de hele dag de skyline van Ua Pou wat in één woord prachtig is. 's Nachts krijgen we voor het eerst een paar stevige squalls over. Dit zijn heftige buien vergezeld van sterke wind. Dit is allemaal niet zo erg als je maar op tijd reeft zodat je geen speelbal van de wind en de golven wordt. De volgende dag blijft het onstabiel en in de namiddag komen de echte squalls. Hoge golven van gemiddeld 5-6 meter, soms zit er een veel hogere tussen, en in de squalls winden tussen 35 en 40 knopen (windkracht 8-9 Beaufort) maken het leven onaangenaam. Ik besluit kalm aan te doen en verlaag de snelheid zover dat het toch wat rustiger aan gaat aan boord wat echter wel weer betekent dat we een nacht extra gaan varen. We houden het allemaal heel en als de buien later niet meer terugkomen zeilen we op ons gemakje naar het eerste Tuamotu-atol Kauehi. We hebben deze gekozen omdat deze vrij makkelijk aan te lopen is en omdat de ingang door het rif vrij breed is. We moeten er voor zorgen dat we bij slack, de tijd dat het tij keert, bij de ingang zijn omdat dan de in- of uitgaande stroom minimaal is. Het lukt ons precies en zonder de motor te starten zeilen we zo het rif binnen en kunnen aan de laatste 8 mijl naar het dorpje beginnen. Wat een rust! Alle kleuren blauw om je heen. En wat een leuk plaatsje. Je verwacht ieder moment Dik Trom tegen het lijf te lopen. De mensen zijn blij eens iemand anders te zien en zijn heel vriendelijk. We wandelen er en maken vele kokosnoten klaar om mee aan boord te nemen. We snorkelen iedere dag en we hebben een gezellige BBQ op de kant met de bemanning van drie andere boten. Na afloop een sensationele dinghytocht in het donker tussen stukken steen en koralen om weer op de boot te komen waarbij iedereen het spoor bijster is. Heel opmerkelijk en ook een beetje decadent is dat de baguettes op woensdag voor de hele week per vliegtuig worden binnengevlogen en in de diepvries van de locale super worden bewaard. We besluiten naar Fakarava te gaan. Dit is een van de grootste atols in dit gebied. We kienen het zo uit dat we precies met laagwater naar buiten gaan en precies met hoogwater bij Fakarava naar binnen kunnen. We zeilen weer naar buiten bij Kauehi maar we moeten de motor bijzetten om op tijd binnen te kunnen. Het dorpje op Fakarava is heel anders. Een grote betonnen aanlegsteiger voor een zeeschip zie je al van verre liggen. In het dorp ligt een betonnen weg van het formaat “Gigantus” en er is niets authentieks te vinden en we willen na één dag al weer verder. We gaan naar het zuiden van het atol, binnendoor en keurig beboeid door de Fransen, een afstand van meer den 30 mijl. Dit is een van de mooiste snorkelgebieden die we ooit gezien hebben. Het water is ongelofelijk helder en de koralen hebben alle kleuren van de regenboog. De vissen zijn prachtig en soms van groot formaat. Dat er ook nog haaien zijn maakt het allemaal nog spannend ook. We weten dat de Black Tip haaien (makkelijk te herkennen aan de zwarte top van hun rugvin) het niet zo op mensenvlees hebben maar ze zijn wel nieuwsgierig en komen steeds dichter langs je heen gezwommen.

De grijze lusten ons wel maar zolang ze heel rustig zwemmen en bewegen is er niets aan de hand. Tenminste...... Dat dachten onze vrienden van de boot Freebird ook. Terwijl zij wat dieper aan het duiken waren beet een grijze haai van een meter of zes in de drijver van hun dinghy. Hartstikke lek natuurlijk. Gelukkig hadden ze zelf niets en zijn ze met hun dinghy heelhuids terug gekomen. De meeste grote haaien zitten bij de ingang van het rif omdat daar de stroming zo groot is dat de kleine visjes a.h.w. vanzelf in hun bek zwemmen. Wij gaan daar dus niet het water in!

Omdat het weer helemaal omslaat en wij een verschrikkelijke nacht hebben door het getrek en geruk van het anker en de ketting over de stenen gaan we al om 5 uur ’s morgens anker op. We varen liever een uurtje rondjes tot het licht is dan aan lagerwal voor het rif te liggen. We tuffen de zuid-uitgang uit en gaan naar Faaite wat maar 12 mijl verderop ligt. Dit is een van de kleinste atols en je ligt er prima bij noordelijke of westelijke winden. We komen met slack aan maar er komt enorm veel water door de smalle (13 meter) geul naar buiten. Met onze 100 Pk komen we net met een snelheid van één knoopje naar binnen. Het is allemaal goed beboeid en er staan geleidepalen maar toch is het heel spannend. Gelukkig gaat alles goed en we liggen op een mooi en rustig plaatsje. Het is hier ook weer net zo mooi in het water maar ik durf niet in de buurt van de vaargeul te komen door de sterke stroming. In het dorp lijkt het wel of we de eerste gasten sinds 10 jaar zijn want we worden begroet alsof we ontdekkingsreizigers zijn. Er wordt volop vis verkocht maar we durven niet omdat we net via de radio hebben gehoord dat een paar Engelse vrienden door het eten van rif-vis ciguatera hebben gekregen. Da’s knap lastig en er is moeilijk van te genezen.

Uiteindelijk draait de wind weer naar waar hij hoort te zitten, het zuid-oosten. We liggen fout in Faaite en besluiten te vertrekken naar Tahiti. Naar buiten ging het dus iets sneller. Weer met slack, de motor stationair en met een snelheid van 11,5 knopen worden we naar buiten getorpedeerd. Doordat de golven steeds over de riffen slaan en er maar één uitgang is loopt de stroom hier altijd naar buiten. Bij vloed iets minder en bij eb veel meer. Doordat de zoveelste depressie Tahiti is gepasseerd en omdat de wind steeds uit een andere hoek komt en daarbij ook nog hard is is de zee een kokende pot van hoge golven uit diverse richtingen. De wind, van 25 Kts, zit goed voor ons maar de reis is hoogst oncomfortabel. We worden alle kanten heen gesmeten maar we liggen op koers. Vlak bij Tahiti gaat het regenen en het is koud. Ik zet m’n ijsmuts op en we varen het rif binnen.

We ankeren op de ankerplaats Maeva beach in 17 meter diep water. Dat is wel erg diep en we hopen maar dat het niet te hard gaat waaien....... Jacquelines verjaardag wordt gevierd en onze boot is afgeladen met gasten, 6 verschillende nationaliteiten. De sfeer was goed en veel drinken blijkt een internationale sport. Twee dagen later is het weer feest met 60+ knopen wind !

Als ik om 3 uur ’s morgens m’n kop buitensteek zijn we al zover met het anker gedregd dat we een andere boot rammen. Even daarna blijft ons anker achter iets haken en we zijn precies op de hoogte van de achterkant van de andere boot. Door de heftige bewegingen en de golven trekt de M-E de RVS-hekstoel uit de andere boot. Gelukkig heb ik nog enkele meters ketting over en kan ik iets vieren zodat we vrij komen. De Fransman gedraagt zich als een heer en later heb ik de schade als een heer betaald. Ons anker moet door een duiker losgemaakt worden. De chaos op de ankerplaats was compleet. Duizenden dollars schade, schepen op het rif, zeerelingen geknapt of verbogen, kabels gebroken, ankers verloren en 6 dinghy’s nooit meer teruggevonden. Er wordt door een schip een MAYDAY uitgezonden maar de autoriteiten vinden kennelijk dat het te hard waait en doen niets. Later likt iedereen zijn wonden en begint aan het herstel. Wat moet je? Mensen die de wereld al eens rond zijn gegaan staan te trillen als een rietje. Het duurt dagen eer de adrenaline uit je bloed is en er komt alweer een depressie aan. Gelukkig komt die niet verder dan 40 knopen wind maar we zitten tot diep in de nacht in volledige zeiluitrusting (tegen de kou) op wacht. De ellende zit er bij iedereen diep in. Nu, drie weken verder gaat het weer een stuk beter maar we hebben veel bijgeleerd in korte tijd. Daarnaast zijn Tahiti en Papeete niet direct wat we er van verwacht hadden. We hebben een auto gehuurd en zijn rond het eiland gegaan. We zijn naar dansfeesten geweest en hebben uitgebreid de stad uitgekamd. De mensen zijn niet erg mooi en heel velen zijn erg dik. Daarbij is alles zo schrikbarend duur (een kratje bier US$ 40 !!) dat het op het schandalige af is. We hebben het gezien en we zijn er geweest maar nu willen we weer weg.

Nog twee beschouwingen:

Sommige mensen denken nog steeds zoiets van:
Wat doen die zeilers nou de hele dag? Die liggen maar in hun hangmatje met een rum-colaatje binnen handbereik van de zon te genieten om tegen zonsondergang opeens heel actief aan happy-hour te beginnen. Meisjes, heupwiegend en met bloemen in hun haar komen precies op tijd met schalen lekkers langs om het lege gevoel in de maag te bestrijden.

Deze mensen hebben gelijk.

Life is not a journey to the grave with the intention of arriving safely in a pretty and well preserved body, but rather to skid in broadside, thoroughly used up, totally worn out and loudly proclaiming: "WOW! WHAT A RIDE!"

We gaan nog naar Moorea, Huahine, Raiatea en Bora Bora en dan ....... op naar Samoa.

Groeten en kussen van Rob en Jacqueline

Laatste foto's

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer