november 2004 - Tonga New Zealand

We zijn op weg van het Samoaanse Savaii naar Niuatoputapu, wat al bij Tonga behoort, met een tegenwindje van rond de 20 knopen. We halen het maar net tegen de wind in zonder steeds overstag te moeten. ’s Morgens om 05.00h horen we de vlak bij ons varende Deense boot Circe opeens op onze VHF. Geheel overstuur maken ze bekend dat hun mast overboord is gegaan, dat ze de stagen doorgeknipt hebben en dat ze op de motor verder moeten. We zijn er behoorlijk overstuur van want je moet er niet aan denken wat voor een ellende het is als je mast van je boot af dondert. We zijn vlakbij en regelen onze snelheid en koersen zo dat we dicht bij hen blijven om eventueel assistentie te kunnen verlenen. Dat valt nog helemaal niet mee omdat een boot zonder zeil en mast gauw uit het oog verloren is. Gelukkig komen we allemaal heelhuids aan op Niuatoputapu.

Dit is een zeer afgelegen eiland en de Circe besluit de volgende dag meteen op de motor door te gaan naar de Vava’u groep. Niuatoputapu is ongelofelijk. Er wonen in totaal nog geen 1000 mensen en er komen maar een paar jachten per jaar op bezoek. Het bevoorradingsschip komt er eens in de 3-4 maanden maar soms worden ze ook wel eens vergeten. Eten is er geen probleem want alles groeit er in tuintjes en in het wild en het eiland is vergeven van varkens en biggen en alles wat daartussenin ligt als het maar knort, en het stikt er van de vissen. De heel kleine, maar heel geïsoleerde gemeenschap, heeft eigenlijk niets te doen dan ’s zondags naar de kerk en de tijd zo’n beetje door te komen. Er zijn dan ook twee tot drie dansavondjes per week om wat geld voor een of andere kerk te verzamelen.

De yachties worden meteen geronseld om aanwezig te zijn. Zoals overal is hier ook een groot onderscheid tussen de mannen en de vrouwen. De mannen dansen niet en zitten in kringen hun geliefde kava te drinken. Ze hebben elkaar niet veel te vertellen maar ze zuipen stevig door. Uiteraard drinken wij het spul ook maar het ziet er niet alleen als afwaswater uit, het smaakt nog erger. Je moet een heleboel kava tot je nemen om er iets van te voelen maar ik vind het zo smerig dat er maar mee ophoud na een tijdje. Op naar de vrouwen die bij gebrek aan mannen maar met elkaar staan te dansen. Daarom zijn de yachties dus populair: ze dansen! Bij ieder plaatje komt er wel een dame op je af en met een beleefde buiging word je ten dans gevraagd. Ook bij langzame plaatjes komen ze maar omdat de heren priesters het hier ook voor het zeggen hebben krijg je een elleboog tussen je ribben om je niet te dichtbij te laten komen. Zo werken de mannen emmers kava weg en dansen wij ons in het zweet met de dames op een repertoire van zon 25 plaatjes. Wel heel gezellig hoor!

Een andere goede traditie is dat de verschillende families elkaar proberen af te troeven om een bemanning te adopteren. Wij, met onze Europees-Amerikaanse instelling, zijn meteen een beetje wantrouwend met dat gedrag. Je denkt onwillekeurig dat ze iets van je moeten waar je niet op zit te wachten maar het is een grote eer voor hen om je in hun huis uit te nodigen en je dan helemaal te verwennen met het lekkerste wat er te krijgen is en om je te overladen met cadeau’s. Gelukkig zijn we daarop voorbereid en hebben we ook een aantal cadeautjes meegenomen maar het was een hartverwarmende gebeurtenis. Natuurlijk willen ze ook graag een keer op de boot kijken en met de dinghy gaat de hele familie mee om een keer, naar de voor hen ongekende luxe, te kijken. Ik kan vijf pagina’s vullen met belevenissen hier, de lieve mensen, de zingende walvissen, de supermarkt waar je niet in mag maar aan de deur wordt bediend, de heerlijke lobsters, het eetfeest voor weer een andere kerk (weer komen de dames om met je te dansen), Het kantoortje van de douane en immigratie, maar ik zal volstaan met te vertellen dat dit wel de meest afgelegen plaats is waar we geweest zijn en dat het een heel speciale indruk op ons gemaakt heeft.

Bij vertrek blijken er enorme golven te staan en twee ander boten besluiten terug te gaan. Hoewel wij er ook aan denken om te keren gaan we toch maar door, samen met onze vrienden van Antares, en na een uur of twee wordt het gelukkig en zoals verwacht wat rustiger. De tocht naar Vava’u gaat verder prettig en de aankomst daar is als in een sprookje. Een groep van eilanden verrijzen uit de zee en als je er eenmaal tussen door vaart kom je ogen tekort om al het schoons te aanschouwen. Vele bekenden zijn ons al voorgegaan en als we eenmaal aan een moorring liggen komen minstens 5 boten op ons af en het wordt heel gezellig en laat. Het hoofdstadje Neiafu is wel een beetje te toeristisch naar onze smaak maar je kunt er wel weer wat meer krijgen (tegen vaak te hoge prijzen). We gaan later naar verschillende ankerplaatsen en hebben BBQ’s op het strand en we gaan ook nog naar een georganiseerde Tonga-avond met eten en dans (wat natuurlijk niet in de schaduw kon staan bij de authenticiteit van Niuatoputapu). Het eiland Hunga met één dorp, 6 kerken en 600 varkens werd op die bewuste zondag wreed gestoord. We gingen met z’n vieren wandelen en hadden niet gepland naar het dorp te gaan. Jacqueline met haar ontblote schouders en haar veel te strakke broekje deed het zingen in de kerk verstommen en we hoorden later van een Duitser, die in het dorp woonde, dat er grote schande werd gesproken over deze “unverschämtheit”.

Voor de Deense Circe is er op Tonga echter niet veel te halen en het blijkt dat het transport van de Circe naar Nieuw Zeeland op een groot schip ongeveer 12.000 Euro kost. Wij bieden hen aan om ze naar Nieuw Zeeland te slepen......

Er wordt een noodmast op de Circe opgericht om toch enige stabiliteit van de boot te bereiken en alles wordt met dubbele stagen vastgezet. Er worden wat zeiltjes geritseld en in feite zijn ze klaar voor de reis ware het niet dat ze mentaal er niet tegen opgewassen zijn. Er wordt vergaderd en er worden afspraken gemaakt maar het wil maar niet lukken. Uiteindelijk kunnen we een keer een proefsleep maken en we gaan naar de 90 mijl verderop gelegen Hapai-groep. We gebruiken een lijn van 200 meter die ik normaal voor mijn zeeanker heb klaarliggen. Het waait niet genoeg en de lijn blijkt een beetje lang maar we hebben er toch redelijk de vaart in. Circe vindt dat ook wel maar wil toch eens proberen op eigen zeil te gaan. Terwijl we nog een dagje blijven liggen gaan zij het zelf proberen. Het blijkt allemaal niet geweldig te gaan maar wij hebben een heerlijke tocht naar Nuku’Alofa, de hoofdstad van Tonga. Leuk stadje hoor. We doen er onze dingen zoals, ijsjes eten, boodschappen, de was en over de markt slenteren. We eten bij een Chinees die voor acht personen kookt in één pannetje. Het duurt even dat eten na elkaar maar het is hartstikke lekker. En we laten de tankwagen komen om de M-E en de Circe helemaal vol te tanken. Dan is het wachten op het goede moment van vertrek. Op woensdag de 27e oktober is het weer goed en ik wil gaan. Uiteindelijk, met de zenuwen in de broek, stemt Circe ermee in en we trekken deze keer met 100 meter lijn de zaak in beweging. De wind is OZO en blaast in de loop van de dag met zo’n 25 knopen. Gunstiger kan niet voor ons en we gaan met zo’n 6,5 knoop richting Minerva reef wat zo’n 300 mijl verderop ergens midden op zee ligt. Op de Circe zijn ze zo ziek als je maar zeeziek kan zijn. Ondanks de inspanningen van alle collegae om de mast zo stevig mogelijk te monteren durven ze hun zeiltjes nauwelijks omhoog te halen. Ergens wel te begrijpen maar de mast staat als een huis en op deze manier gaat hun bootje tekeer als een dolle hond. Als later de wind tot 30 knopen aantrekt maken ze nog geen enkele helling en hobbelt het scheepje vrolijk verder. Wij zitten lekker rustig in onze kuip de zaak in de gaten te houden en de Mary-Eliza gedraagt zich nog rustiger in de golven dan anders. Het belangrijkste bij zo’n onderneming is dat de touwen niet schavielen (voor de niet zeilers: het door schuren en wrijven doorslijten van het touw). We hebben daar onze voorzorg voor genomen en kennelijk is dat goed gedaan. Bij Minerva aangekomen blijken de weersvooruitzichten nog steeds prima en we besluiten door te varen en de lobsters met rust te laten. De wind wordt wat minder en dag 4 moeten we zelfs motoren. In totaal gebruiken we voor de hele reis 36 uur de motor. Als de wind later weer toeneemt, weer uit de meest gunstige hoek, kunnen we ze weer al zeilend meeslepen. Wederom gaat het soms behoorlijk hard en ons record is dat we anderhalf uur de gemiddelde snelheid op 6,8 knopen hebben gehad.

Na 8 dagen lopen we de Bay of Islands in Nieuw Zeeland binnen en kunnen we de lijn binnenhalen. We zijn samen met de Antares en Ice Maiden vertrokken en na 1100 mijl maar 10 uur later dan hen gearriveerd. In Opua worden we door de customs en immigration opgewacht (je moet al dagen van tevoren met de radio laten weten dat je er aan komt) en later komt er iemand van agriculture aan boord om het hele schip binnenstebuiten te keren op zoek naar etenswaren en andere mogelijke bronnen van besmetting. Later als we in de marina liggen worden we bezocht door de Nieuw Zeelandse nieuwsdienst met grote camera’s en het interview wordt in het late TV-nieuws uitgezonden. Ik denk dat we in NZ beroemder zijn dan in NL.

Het slepen is een enorm succes geworden maar we hebben dan ook alles mee gehad. Wij waren waarschijnlijk de enige boot die bereid was dit te doen. Een volgende keer komt er waarschijnlijk niet. Ondanks de 100 meter lijn is het aantal schippers per vierkante kilometer te groot. Schippers zijn eigenwijs, luisteren slecht (vooral naar andere schippers), zijn gewend de baas te zijn, en nog een keer eigenwijs. Positief was dat een net van radio-gebruikers ons nauwgezet heeft gevolgd en dagelijks contact met ons heeft gehad om positiemelding te doen, geven van weersverwachting en melding van andere bijzonderheden. We worden nog steeds als helden ontvangen.

Nieuw Zeeland is prachtig. Dat is voor de meeste van jullie niets nieuws. We zijn er nu een paar weken en we zijn onder de indruk van het land. Niet van het weer. We zitten het hele jaar al met een soort kwakkel Niño te kijken en het weer is al maanden van slag in NZ. Het regent vaak en langdurig en de gemiddelde temperatuur ligt 5 graden onder normaal.
We zijn nu in Whangarei en we blijven hier een langere tijd hangen. Voorlopig dus geen verslagen meer maar we pakken het meteen weer op als we weer gaan reizen. Eerst komen we naar NL toe, eind mei tot begin juli, om de familie en de vrienden weer eens te zien. Voor iedereen een pakket met zoenen en goede wensen,


Rob en Jacqueline

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer