18 september 2006 - Savusavu

Eindelijk zijn we dan in het verborgen paradijs van Savusavu. Ons afscheid in NZ was niet makkelijk. Maar het was tijd om te gaan. Maandag ochtend om 08.30h kwam Frank Lundberg, de dirigent van de Whangarei Brass, waar ik het laatste jaar in mee heb gespeeld, aan boord als eregast. Exact om 09.00h vertrokken we en op de valreep werden we nog vaarwel gezegd door goede vriend Dennis. Dan een eindje verderop in Onerahi opeens het geluid van trompetten!!!! Vic en Dough bliezen met alle macht tegen de wind in en de verrassing was groot. De traantjes vloeiden natuurlijk weer rijkelijk over de wangen van de admiraal. Wat een leuk gebaar van de heren!

Zoals te zien op de foto was het weer nogal stormachtig en grote buien passeerden ons van voren en van achteren maar we blijken steeds op de juiste plaats te zijn. De sterke wind stond recht in de rivierdelta en de Mary-Eliza stampte hevig op de hoge en steile golven bij de doorgang naar zee. Frank vond het allemaal geweldig. Vertrouwen in de schipper, het schip en ook nog in de goede handen van de admiraal voor een natje en een droogje op z’n tijd deed hem geregeld een sigaretje opsteken en maar door ouwehoeren.

Eenmaal op zee en de wind meer van achteren, en bijna geen golven, maakte het leven aan boord veel aangenamer. Ondertussen drinken we koffie en doen ons tegoed aan de gehaktballen met knoflook en we ruiken zo dat het de andere schepen wel uit de buurt houdt. We passeren allerlei bekende plaatsen en we genieten ervan. Toen we Mike en Barbara op de VHF konden ontvangen werden we uitgenodigd om de Mary-Eliza vlak voor hun huis te ankeren en om bij hen te komen dineren in Wangaruru. Een heerlijke avond hadden we. Mike moest ons wel roeiend ophalen en wegbrengen in zijn dinghy maar we hebben zijn wijn en bier met net zoveel smaak opgedronken als altijd. Het diner-tje was goed en het gezelschap nog beter. In de vroege ochtend vertrokken we richting Opua. Mr. Frank, die wel een beroemdheid lijkt in de agglomeratie, belde met het radio station “More FM” en dezelfde minuut horen we hem life over onze radio een verslag uitbrengen over onze belevenissen. Na de buitenste rotsen gepasseerd te hebben moeten we opkruisen in de Bay Of Islands. De buien komen weer over en we meten meer den 35 knopen wind. Na een geslaagde dag en een goede test voor de boot gooien we het anker uit in Opua de plaats waar we uitklaren en NZ zullen verlaten. Na twee weken vertrekken we naar Fiji. De weer goeroes beloven ons een rustige overtocht met een kalm windje schuin van achteren. Het zijn allemaal leugenaars daar want het weerbeeld veranderde nogal. We vertrokken uit de BoI (we kregen trouwens afscheidstelefoontjes tot ver buitengaats) toen na nog geen hele dag de wind draaide naar het NE, dus waar we naar toe moesten, en aantrok tot een stormkracht van 35 knopen. Da’s zo’n beetje windkracht 8. En da’s ook geen lolletje. In de avond en nacht trok de wind nog aan tot 40+ knopen en de volgende twee dagen bleef hij rond de 35 knopen. We waren ziek en zwaar misselijk en op de SSB-radio hoorden we van onze lotgenoten dat het op geen enkele boot beter was. Na vier dagen kwamen onze magen weer wat tot rust en kon er weer gegeten worden zodat we weer wat beter op kracht konden komen. Van toen af aan hebben we steeds de wind schuin van voren gehad zodat we ons steeds vooruit hebben moeten knokken waarbij ook nog een tegenstroom overwonnen moest worden.Alles bij elkaar heeft de reis ons tien dagen gekost. Dat is wel meer dan het gemiddelde maar ook weer helemaal niet slecht. Het blijkt dat de Mary-Eliza in moeilijke omstandigheden goed presteert en vergelijkbare boten 50-60 mijl per dag achter zich laat.

En nu? Het is heerlijk in Savusavu! Het is heet en iedereen lacht. Een biertje kost nog geen derde van de prijs in NZ en we hebben een hoop bij te kletsen met andere Yachties. Dit is een onvoorstelbaar andere wereld. Er is geen stress en we zijn blij dat we alle regels en wetten van NZ achter ons hebben gelaten. De natuur is overweldigend en de busrit naar Labasa die we maakten was een hele ervaring. Het eten is heerlijk en voor twee Euro eet je je helemaal klap. Af en toe pikken we nog een wedstrijdje van de WK voetbal op maar meestal zijn die al dagen geleden gespeeld. Wat kan ons dat schelen en met een biertje erbij is het heel gezellig in de “Copra shed”. Na twee weken verkassen we en gaan voor een resort liggen waar de gasten US$ 500 per dag betalen. We zitten in ons kuipje en genieten van de tropische klanken van een bandje wat voor de dure gasten speelt. Dit kunnen we wel even volhouden denken we.

We willen eerst het oostelijk deel van Fiji doen en vertrekken naar Viani. De zeekaarten die we hebben zijn weliswaar mooi maar kloppen voor geen meter. Wat zeg ik? Geen meter...... ik bedoel voor geen twee kilometer. De riffen staan er wel op maar je weet niet of ze een mijl meer N,S,W of E liggen. Dat maakt het leven nogal ingewikkeld en eens hebben we dan ook iets geraakt. Gelukkig maar één keer en heel zachtjes. Maar het brengt wel enige spanning aan boord en we voelden menigmaal het hart in de keel kloppen als er weer zo’n hoop stenen of koraal voor je blijkt te liggen. Normaal kan je het water “lezen” en zie je precies waar het ondiep is maar deze kant van Fiji staat bekend voor zijn wolkendek en dat maakt de zaak niet duidelijker. We gaan naar Somosomo op het eiland Taveuni en via Matei gaan we naar Rambi. Het speciale aan dit eiland is dat de Engelsen de complete populatie van één van de Gilbert eilanden naar dit eiland heeft overgebracht nadat ze hun eiland hadden verwoest met fosfaatwinning. Nadat we permissie hadden gevraagd aan de politieman konden we het dorp bezoeken. We ontmoetten daar een heel ander soort mensen met lang sluik haar en een heel andere taal. Maar zoals we onderhand gewend zijn, ze zijn buitengewoon vriendelijk. We bezoeken een immens grote Methodisten kerk en krijgen daar een toer van een van de kosters. Net voor we weer wilden gaan krijgen we bezoek van een kano. De man erin geeft ons drie grote papaja’s en we voelen ons zo verplicht dat we de dinghy maar weer lanceren en met een zak cadeautjes naar het dorp gaan. We zijn daarna teruggegaan naar Somosomo om dat daar een kleine supermarkt was en de volgende dag naar Koro gevaren. Dat is iets meer dan 50 mijl maar we maakte met een sterke wind van opzij een gemiddelde van meer dan 7 Kts dus dat ging wel lekker. De volgende dag gingen we naar Makongai. Daar is een reuzenschelpen kwekerij. Enorme reuzenschelpen want ze zijn soms meer den twee meter groot. Wat een ervaring om vlak boven een familie van deze giganten te snorkelen!

Dit eiland was van 1911 tot 1969 een lepra eiland maar nu is het bijna compleet verlaten. We wandelen naar het kleine dorp aan de andere kant van het eiland en zien de tekenen van het trieste verleden. Het maakt een diepe indruk.

We gaan verder naar Leleuvia voor een pitstop bij een backpackers resort. Een dag all in kost daar 16 Euro maar dat betekent wel dat je naar het toilet gaat met een emmer water om je handeltje weg te spoelen. Hoe dan ook, wij eten er lekker en we maken kennis met de drie gasten waarmee we tot laat in de avond gezellig zitten kletsen. Dan zijn we ’s morgensvroeg op weg naar de hoofdstad Suva. Daar is weer een hoop over te vertellen maar dat doe ik de volgende keer. Wel vertel ik nog even dat we het zo goed naar onze zin hebben in Fiji dat we de toegestane vier maanden hier blijven, dan naar New Caledonie gaan en daarna naar Australie.

We krijgen graag eens een mailtje dus houd je niet in KD5YSV@Winlink.org maar vergeet niet alleen tekst te zenden op dit adres. Alle andere mail kan gestuurd worden naar svmaryeliza@gmail.com Dit kan wat langer duren want we moeten maar net een internet café vinden. Groetjes, Robert and Jacky

Laatste foto's

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer