25 september 2006 - Suva

He hallo daar zijn we weer.
Met dit verslag komen we weer aardig in de buurt van waar we eigenlijk zijn. Door een hoop technische problemen was het vorige verslag erg laat verstuurd maar nu zijn we op weg naar New Caledonia en dit verslag gaat tot het vertrek vanuit Fiji.

We gingen naar Suva. Een alleraardigst stadje van ongeveer 180.000 inwoners. Het koloniale van vroeger is er allang niet meer en er blijkt een rijke mengelmoes van verschillende culturen. Ongeveer de helft is Fijiaan en de andere helft heeft een Indische achtergrond en er lopen ook nog enkele witkoppen, zoals wij, rond. We leggen onze boot een kilometer of vijf van de stad af aan een mooring voor het hotel “Tradewinds”. We hebben een hoop te doen en daarnaast vermaken we ons prima in deze kleurrijke stad. We moeten voor visa naar de Australische ambassade, naar de tandarts, reddingsvlot inspectie, we hebben gas nodig voor te koken, we gaan op zoek naar een nieuwe batterij voor de laptop (140 Euro dus we zien er maar van af want een computer gaat op zee toch maar hoogstens 3 jaar mee) en nog 101 andere dingetjes die we moeten regelen. Ik laat me in de Indische wijk een horloge aansmeren voor een paar centen en ik mag een bult krijgen als het geen echte Casio is. Hij zal wel ergens uit de doos gevallen zijn.

Iedere dag eten we ons met het grootste genoegen vol in een van de kleine eettentjes die er bij honderden te vinden zijn. Er is een uitgebreide keuze van menu maar je betaalt nooit meer dan een Euro of twee. Dus als we samen voor vijf Euro voldaan ergens naar buiten rollen dan zijn we toch echt wel op de luxe tour geweest. We brengen ook nog een bezoek aan de RYCS, de Suva Yachtclub, en we drinken er een paar biertjes. Helaas is iedereen zo verschrikkelijk dronken dat er niets terechtkomt van iets wat op conversatie lijkt. Maar goed, we hebben het in Suva erg naar onze zin gehad en we zijn bijna iedere dag met de bus naar de binnenstad geweest om onze ogen uit te kijken op de prachtige markt en langs en in de winkeltjes en eettentjes. We gaan naar het eiland Beqa (spreek uit Benga) wat op 25 mijl varen ligt. We komen in een prachtige baai te liggen maar door de vorm van het eiland spookt het behoorlijk wat de wind betreft. Dan komt de wind weer door het ene dal aangegierd en dan weer door het andere. Om een uur of 11.00 ’s avonds, het is voor ons dan midden in de nacht en we liggen al een paar uur te pitten, opeens een geweldige knal tegen de boot. We schieten beiden wakker en binnen een seconde sta ik aan dek. Er dobbert een grote kano met een 40 Pk motor en een aantal mensen erin langs de boot en er ligt ook nog iemand in het water. De man kan gelukkig op ons zwemplatform klimmen maar de kano blijkt stuurloos. We hebben een automatisch lampje aan de giek hangen wat op twee mijl zichtbaar is en wat een deel van de boot verlicht maar de stuurman had ons niet gezien. Bij de botsing had hij zijn hele gashandle van zijn motor gerukt. Wij hadden een paar krassen en beschadiging op onze houten voetrail over ruim een meter. Tja, wat te doen, er komt uit het dorp een andere kano en de mensen worden overgezet. De stuurman belooft de volgende ochtend terug te komen. Nou ja, wat gebeurt er? De chief komt. Hij begint tegen me uit te vallen dat ik de oorzaak van het ongeluk ben, dat ik geen licht aan had en dat ik het later pas heb aangedaan. Nu had ik toch al niet verwacht dat de dollars in golven op me af zouden komen maar om de zaak zo te draaien en eenvoudig te verdwijnen daar ben ik toch wel goed pissig van geworden. Maar ja, wat kan je doen? Ik ben maar begonnen de zaak zo goed mogelijk te repareren en met een beetje epoxy en goede wil kom je een heel eind. Naar het dorp gaan geeft meer kans op een pak slaag dan op een paar centen dus we doen het er maar mee. De volgende trip van 55 mijl brengt ons naar het Robinson Crusoe resort. Aanvankelijk valt de wind nog wel mee maar naar een tijdje trekt hij behoorlijk aan. We hebben de zeilen aan weerskanten van de boot staan en we gaan als een speer tot..... een wolk langs komt, de wind 30 graden draait en aan de verkeerde kant van het grootzeil komt. Gelukkig hebben we de bulletali staan zodat hij niet naar de andere kant klapt, het klassieke voorbeeld van een klapgijp, maar de genua is ook uitgeboomd en we moeten weer terug. Dat het inmiddels hard waait is duidelijk als bij teruggaan naar de oude koers door de klap de 10 grote popnagels van de giekneerhouder uit de mast springen. Sakkerju! Het gaat nog harder waaien en als de windmeter 35 kts aangeeft is het grootzeil helemaal weggedraaid en maken we met 3-4 riffen in de genua nog steeds een snelheid van 6 tot 7 kts. Het schiet zo wel lekker op maar met golven van een meter of vijf achterop is het wel spectaculair allemaal. Gelukkig ligt het RC-resort net om de hoek van Vitu Levu, het grootste eiland, aan de westzijde en zijn wind en golven daar een stuk minder. Op de kaart staat maar een miezerige rifdoorgang maar men heeft verteld dat het in werkelijkheid veel beter is. Gelukkig zijn de zorgen die we ons daarvoor maken ongegrond en is de entree inderdaad veel breder en dieper dan op de kaart en we worden, als extra service van het resort, door een motorbootje opgewacht en keurig naar een veilige ankerplaats geleid. We zijn echter zo moe dat we de show voor vanavond er even bij in laten schieten en om halfacht liggen we te bed. Het RC-resort bevalt ons uitstekend. Voor één Fiji dollar worden we lid en dat betekent dat we op alles 10% korting krijgen. We kunnen er heerlijk rondlopen, schelpen zoeken en lekker naar toeristen kijken. Daarnaast zijn de shows werkelijk fantastisch. Nergens op Fiji hebben we beter gezien. Er wordt gedanst, met messen gejongleerd en er worden vuurdansen van heel behoorlijk niveau getoond.

Er liggen ook weer een aantal andere jachten, waaronder ook een bekende, dus er wordt ook weer een hele boel bijgekletst. We moeten nog wat formaliteiten doen in Lautoka en we besluiten dat van hieruit te doen met de bus. We regelen dat de dinghy gestald kan worden bij een schooltje en stappen in de goed geventileerde bus. Er zitten geen ramen in. Na ander half uur over zandwegen te hebben geploegd, 500 schoolkinderen erin en ongeveer 500 er ook weer uit, kijk ik toevallig over mijn schouder en zie daar de Mary-Eliza liggen!! Maar het lukt allemaal (behalve het verzenden van het vorige verslag) en voor het donker is zijn we weer terug. We liggen er goed en dat is een geluk. Er komt een zware depressie over en het weer is hopeloos. De wind trekt aan tot 45 kts en regen en wolken maken het er niet vrolijker op. Onze buurman is te dichtbij geankerd tussen ons en een andere boot en wil dat we samenwerken om zijn probleem op te lossen. In m’n volledige zeiluitrusting en toch kletsnat laat ik 20 meter extra ketting uit. Hij gaat in zijn kuip zitten en houdt met de motor 6 uur lang zijn schip zo’n beetje tussen ons en het andere schip op enigszins veilige afstand. Bij het veranderen van het tij waant hij zich veilig maar ligt daarbij vrolijk over mijn anker te swingen. Uiteraard ontstond de eerdere vervelende situatie weer toen het tij weer keerde. Wederom wil hij “samenwerken” en nadat ik welhaast van kwaadheid ben ontploft trekt hij zijn anker op en gaat ergens anders liggen.

Onderweg maak je dankbaar gebruik van wat de natuur je te bieden heeft.....

We gaan naar Malolo Lailai naar het resort Musket Cove. Hier lig je dus met een aantal andere jachten midden tussen de toeristen. Het is er wel leuk allemaal maar je merkt dat de Fijianen anders reageren en alles is er zo verrekte toeristisch. We ontmoeten daar onze oude bekenden van Sowelu en we spreken af dat we samen met hen de Yasawa’s gaan doen. We tanken in Vuda Point, ankeren in Saweni bay en gaan boodschappen doen in Lautoka. Dan vertrekken we naar het eerste eiland van de Yasawa’s, Waya. De Sowelu ligt er al en we vinden goede maatjes in Boja en Mai. Boja ontpopt zich als een professioneel fotograaf en Mai kookt heerlijk. We lopen door de bergen en komen in een afgelegen dorpje. Wat een geweldige ervaring was dat en hopelijk spreken de bijgevoegde foto’s meer dan ik kan vertellen. De baai is echter rollerig en we verkassen de volgende dag meteen naar de Blue Lagoon. Hier werd de film opgenomen met Brooke Shields (trouwens hier vlakbij ook de film Castaway met Tom Hanks) en het is hier ook werkelijk fantastisch. We gaan naar het dorp Matacawalevu en lopen door de omgeving. We praten met de mensen die we tegen komen en worden erop gewezen dat we beslist eerst naar de Chief moeten gaan. We beloven het. De volgende dag gaan we met onze Sevu Sevu (een bosje kava ter waarde van 10 Euro) naar de chief en we worden ceremonieel ontvangen. Chief Selema blijkt een bijzonder vriendelijke man en we worden later uitgenodigd voor de lunch.

Laatste foto's

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer